Partners voor een Gezond Leefmilieu

 

Atlas Leefomgeving 2016
31 maart 2016

De werkconferentie heeft plaats gevonden in de Verkadefabriek te Den Bosch.

Partners voor een Gezond leefmilieu heeft op deze dag rond 10.30 een workshop gehouden welke in het teken stond van klimaatverandering en Gezondheid wij hebben dr. ir. Bart Knols bereid gevonden zijn kennis te delen over het Zikavirus en ir Joop Spijker heeft een presentatie gegeven over waterhuishouding en klimaat, geconcentreerd op de stad en de rol van stedelijk groen en natuurlijke processen voor mitigatie en adaptatie.

Programma Werkconferentie 2016

  • 09.30 - 10.00 uur Inloop en registratie
  • 10.00 - 10.30 uur Plenair ochtenddeel:
    • Publicatie GES kaarten Brabant, door de heer J. van der Hout (gedeputeerde Brabant) en mevrouw E. van Schie (RIVM)
    • Publicatie module Natte Koeltorens, door de heer P. Torbijn, Directeur Veiligheid en Risico’s van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.
  • 12.30 - 13.30 uur Netwerklunch
15.30 - 16 00 uur Afsluiting


Risico’s fijnstof:

hoe fijner het stof, hoe groter de gevolgen!

 


VERSLAG THEMABIJEENKOMST:  FIJNSTOF-GROTE GEVOLGEN op  25 juni 2015;
Cargadoor, Utrecht, 14.00-17.00 uur.
Vereniging Partners voor een Gezond Leefmilieu i.s.m. Vereniging van Milieu-professionals (VVM)

De bijeenkomst werd ingeleid door Annemarie van de Vusse (Partners voor een Gezond Leefmilieu; dagvoorzitter).  Nieuwe en duurzame ontwikkelingen plaatsen ons voor dilemma’s: pesticiden vervuilen onze bodem, nanotechnologie is veelbelovend maar leidt tot nog weinig bekende risico’s, medicijnresten worden gevonden in afvalwater en houtstook heet duurzaam te zijn, maar leidt tot stank, roet en fijnstof. Naast laagfrequent geluid, luchtverontreiniging en klimaatverandering wordt fijnstof gezien als een belangrijk thema in het veld van Milieu & Gezondheid. Dit bleek uit een enquête onder PGL-site lezers begin 2015.

De tweede spreker, Yvonne Spies van het Longfonds, wees op effecten  van fijnstof op het lichaam: PM 2.5 werkt diep in de longen en PM 0.1 kan tot hartproblemen leiden. Luchtvervuiling leidt tot zo’n 4000 doden per jaar in Nederland. In totaal kent ons land 1 miljoen longpatiënten. Inzet van het Longfonds om wetgeving aan te passen vindt weinig gehoor. We kunnen leren van België, waar de regelgeving strenger is  (aanvaardbare grenswaarden). Klimaatverandering leidt tot verhoogde pollenconcentraties. Het Longfonds heeft luchtvervuiling en houtstook als speerpunten.

Gerard Hoek (IRAS, Universiteit Utrecht) noemde verschillende bronnen van fijnstof. Volgens hem tonen EU landen verschillende attitudes tegenover fijnstof. Ultra-fijnstof (gevormd door verbranding in motoren en van hout in verkeer en b.v. landbouw),  kan over lange afstand getransporteerd worden (als kleine deeltjes/samengeklonterd). Zijn onderzoek heeft zich gericht op fijnstof op verschillende plaatsen in het Amsterdamse Bos, vlakbij Schiphol. Fijnstof concentraties onder de wind van Schiphol kunnen 4 keer zo hoog zijn als in andere gebieden.

Ivo Stumpe van Milieudefensie benadrukte het belang van burgerparticipatie (bijvoorbeeld zelf luchtvervuiling meten) en van het voeren van acties die het publiek en de politiek bewust moeten maken van risico’s. Bronnen van luchtvervuiling worden sterk verschillend aangepakt: diesel (etc)vervuiling door auto’s/vrachtauto’s wordt streng aangepakt, maar voor machines (aggregaten, pompen, bouwmachines) bestaan nauwelijks regels. Lokale overheden hebben daarin wel speelruimte. Tweetaktmotoren zijn zo vuil als in 1898. Vliegtuigen leveren vooral bij start veel kleine deeltjes. Schepen stoken op primitieve wijze en gaan wel 30 jaar mee. Regels zijn op zee moeilijk te handhaven. Nederland is netto exporteur van vuile lucht. Er volgde een discussie over wat we kunnen doen: accu’s (elektrische auto) zijn recyclebaar, maar hebben korte levensduur en kosten veel grondstof; vrachtauto’s (eigen merknaam) veel te laag beladen; het Energieaccoord wil groepen sparen: pomphouders bijvoorbeeld. Vooral niet wachten op EU initiatieven/regels. Bomen als zuiveraar leveren te weinig op.

Tijdens de discussie kwamen aan de orde:

  • Ziektelast bij luchtvervuiling heeft het individu niet zelf in de hand; roken daarentegen is een eigen keuze.
  • Zet die gemeenten in het zonnetje die milieubewust aktief zijn.
  • Stel milieuzones in de steden in; het probleem is dat dit op nummerbord geregistreerd wordt, waardoor buitenlandse (vracht)wagens vrijuit gaan (bv. In Maastricht); in Duitsland gebruikt men stickers.
  • Maak het parkeren in de stad duur: kan autoverkeer doen halveren.
  • Ook eigen initiatieven van scholen rond beperking autoverkeer werken.

In de einddiscussie kwam men tot de volgende conclusies:

  • Men kan het beste fijnstof van verschillende grootte gezamenlijk behandelen omdat de effecten vergelijkbaar zijn.
  • Voor normering van houtstook kijkt men naar het buitenland (Duitsland); in feite lopen we achter. Groningen is op dit gebied toonaangevend met ervaren ambtenaren.
  • Laten we activiteiten van gemeenten en bijvoorbeeld het Longfonds in kaart brengen (systematiseren).
  • Richt je ook op andere bronnen dan houtstook.
  • IJver voor bouw van scholen op afstand van snelwegen.

Discussie over normen van luchtvervuiling: men wil teveel nét aan de norm voldoen; Nederland heeft in EU geijverd voor slappere normen; EU norm juist weer in 2015 vastgelegd (benchmark 2015).

Voorstel om luchtkwaliteit een integraal onderdeel van gezonde leefomgeving te maken: door normen en meting en/of door reeds bij planning en bouw vervuiling voor te zijn. Alle deelnemers waren blij met de uitspraak van de rechter in de Urgenda zaak  versus de Staat (gewonnen door Urgenda). Milieudefensie ziet nu nieuwe kansen om een zaak tegen de staat over luchtvervuiling en gezondheidsschade te beginnen.

Notulist: Dirk Jan Graaff (PGL)

Programma en presentaties

14.00 Inleidingen van


Nadere informatie:

 

In samenwerking met:|

 



12 februari 2015

Symposium ‘BOP jij of BOP ik? Beleid, Onderzoek en Praktijk werken samen aan een gezonder milieu’


Doelgroep: milieuprofessionals, medewerkers gemeenten en GGD’en, onderzoekers, andere belangstellenden.

PROGRAMMA

Voorzitter: Annemieke van der Zijden, Directeur Publieke Gezondheid, GGD West-Brabant

Lunch en registratie

van 12.30 tot 13.00 uur

Plenaire opening (Brennerzaal)

Parallelle sessies

Luchtverontreiniging (Brennerzaal)

Hitte in de stad (zaal 308)

Geurhinder (zaal 304)

Thee/koffiepauze

Met posterpresentaties van de lopende onderzoeken van de Academische Werkplaats Milieu en Gezondheid

Parallelle sessies

Ruimtelijke ordening en Geluid (zaal 308)

  • Oscar Breugelmans (RIVM): Hoe staat het met geluid- en geurhinder in Nederland op gemeenteniveau? Gegevens GGD monitor - presentatie volgt later
  • Marieke Dijkema (GGD Amsterdam): Effecten van stiller wegdek - presentatie volgt later
  • Imke van Moorselaar (GGD Amsterdam): Leefomgeving en huisartsendiagnose voor luchtweg- en hart- en vaataandoeningen in Noord-West Nederland - presentatie volgt later

Binnenmilieu (zaal 304)

Beleid (Brennerzaal)

Plenaire afsluiting: Wie is de BOP? (Brennerzaal)

Annemieke van der Zijden, Directeur Publieke Gezondheid, GGD West-Brabant

Peter van den Hazel, Coördinator Academische Werkplaats Milieu en Gezondheid, GGD Gelderland-Midden

Klik hier voor het verslag van het symposium.


 

THEMA HOUTSTOOK

Duurzaam stoken hele opgave

 

Veel mensen denken dat hout stoken duurzaam is. Hout is immers een hernieuwbare grondstof. Gevolg is dat menigeen een gasgestookte cv-ketel vervangt door een computergestuurde installatie die op houtpellets werkt. Om te beoordelen of die redenering hout snijdt, is inzicht nodig in de verschillende stappen in het stookproces.

Duurzaamheid is een complex begrip. De vraag of hout stoken duurzaam is, is daardoor niet zonder meer te beantwoorden. Daarvoor is het nodig om het gebruik thuis van een op hout gestookte kachel als hoofdverwarming stap voor stap te doorlopen. Open haarden en vuurkorven blijven buiten beschouwing, omdat die vrijwel nooit uit duurzaamheidsoverwegingen worden gestookt.

Aanschaf houtkachel

Een houtkachel vervangt veelal een op gas gestookte installatie. Uit oogpunt van duurzaamheid dient men in feite dan ook te kijken naar andere vormen van hernieuwbare energie, zoals zonne- en windenergie. Voor een duurzame inzet van een houtkachel is het in ieder geval van belang dat deze is afgestemd op de grootte van de ruimte waarin hij geplaatst wordt. Kachels met een te grote capaciteit moeten namelijk afgeknepen worden, hetgeen leidt tot een onvolledige verbranding van het hout.

Herkomst hout

Ten aanzien van het gebruikte hout is de CO2-balans van belang. Bomen nemen CO2 op, dat weer vrijkomt wanneer de boom dood gaat. Blijft dood hout liggen, dan verrot het langzaam, en komt het CO2 vrij in de lucht. Zo bekeken is het CO2-neutraal om dood hout en houtresten te verbranden in een houtkachel. De CO2 komt door het verbrandingsproces enkel iets eerder in de atmosfeer.

Worden bomen gekapt ten behoeve van brandhout dan duurt het zeker 50 tot 100 jaar voordat de nieuw aangeplante bomen dezelfde grootte hebben. In dit geval kan men daarom niet spreken van CO2-neutraal, omdat het tientallen jaren duurt voor de CO₂ die bij de verbranding is vrijgekomen weer door de nieuwe bomen is vastgelegd. De vervoersbewegingen die nodig zijn voor de afvoer van hout en de aanplant van jonge bomen maken de balans nog  ongunstiger.

Stookproces

Volgende stap om onder de loep te nemen is het stookproces. Bij het stoken van hout komen schadelijke emissies vrij. Niet alleen CO2 maar ook stoffen als koolmonoxide, pak’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), dioxine en fijn stof. Sommige van deze stoffen veroorzaken geurhinder, andere zijn vooral schadelijk voor de gezondheid.

De concentratie van de schadelijke stoffen in de lucht is in belangrijke mate afhankelijk van het soort hout, de vochtigheidsgraad, het soort kachel, het stookgedrag en de klimaatomstandigheden. Zeker wanneer er onvolledige verbranding plaatsvindt, kunnen de concentraties behoorlijk oplopen. Het betreffen meestal emissies op heel lokale schaal, die op wijkniveau hinderlijk en soms schadelijk voor de gezondheid zijn. Wanneer woningen een ventilatiesysteem hebben, wordt soms de vervuilde lucht van de buren aangetrokken.

Gebleken is dat , met inbegrip van open haarden en allesbranders, meer dan 10% van de bevolking hinder ondervindt van houtstook. Zelfs bij goed stookgedrag bleek er tot enkele honderden meters afstand van de kachel(s) geurhinder op te treden.

Conclusie

De balans opmakend, kunnen we concluderen dat alleen bij gebruik van resthout de CO2-balans neutraal uitvalt. Maar ook dan wordt er nog wel een cocktail aan andere schadelijke stoffen uitgestoten. Echt duurzaam is hout stoken daarom vrijwel nooit. Wel kan de overlast flink minder worden door betere kennis van het stookproces en de aanschaf van een moderne houtkachel. Vuurkorven en open haarden zijn sowieso flinke vervuilers.

Annemarie van de Vusse

 


Gezond leefmilieu bedreigd

Manifest

Stimuleren van schone middelen van vervoer, aanpakken van lucht- en watervervuiling, realiseren van speelgelegenheden voor kinderen in de wijk, planten van bomen en groen in de buurt, opzetten van laagdrempelige vormen van zorg en gezondheidsvoorlichting: allemaal mogelijkheden om het leefmilieu in de stad en op het platteland te verbeteren en de gezondheid van de mensen te bevorderen. Daarvoor zet de Vereniging Partners voor een Gezond Leefmilieu zich in.

Maar door de bezuinigingen die het rijk doorvoert staat de gezondheidszorg onder druk, en worden noodzakelijke maatregelen uitgesteld. Uiteindelijk zal dit leiden tot een verslechtering van de gezondheidssituatie van de burger.

De levensverwachting in Nederland neemt niet meer toe. Factoren in het milieu die van invloed zijn op de gezondheidssituatie worden nauwelijks onderzocht. Genoemd kunnen worden problemen die voorkomen uit nieuwe technologieën, zoals door blootstelling aan mobiele telefoons, nanotechnologie en genetisch gemodificeerd voedsel. Maar ook al langer bekende problemen zoals het stoken van hout en laagfrequente straling worden niet adequaat aangepakt.

Deze problemen zijn niet altijd direct zichtbaar, maar beïnvloeden wel de gezondheid van mensen. Sommige van deze zaken kunnen goed op lokaal niveau aangepakt worden. Daar ligt een uitdaging voor de gemeenten.

Juist nu met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht, is belangrijk om in te zetten op het aanpakken van milieufactoren in de leefomgeving om daarmee uiteindelijk een verbetering van de gezondheidssituatie te bewerkstelligen.

Ga daarom na welke partij zich hiervoor in uw stad het meeste inzet, en laat u stem horen.

Vereniging Partners voor een Gezond Leefmilieu

Wordt lid! Samen staan we sterk!



 

Samen voor een gezonder leefmilieu!

De Vereniging Partners voor een gezond Leefmilieu wil onze werk- en leefomgeving schoner en veiliger maken. We willen gezondheid en milieu hoger op de politieke agenda zetten en zorgen dat Den Haag en Brussel maatregelen treffen. Dat kunnen we alleen realiseren, wanneer we met elkaar samenwerken.

Doel van de vereniging:

bevorderen van een gezond milieu
terugdringen van de milieuziektelast
versterking en integratie van gezondheid- en milieubeleid
ondersteunen van groepen die gezondheidsrisico’s lopen of gezondheidsschade ondervinden door het milieu.

Hoe wil de Vereniging PGL haar doel bereiken?

informeren, mobiliseren en adviseren van relevante doelgroepen
bijdragen aan tijdige signalering van nieuwe of reeds bestaande, maar onderschatte problemen rond gezondheid en milieu
verspreiden en uitwisselen van informatie, kennis en ervaringen tussen relevante
maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen en doelgroepen
stimuleren van discussies tussen experts, maatschappelijke organisaties, overheden, politici en derden
formuleren en uitbrengen van gezamenlijke standpunten inzake beleid op het terrein van gezondheid en milieu in samenhang met elkaar
het bieden van ondersteuning aan haar leden

Wat kan de Vereniging PGL haar leden bieden?

Gezamenlijke lobby
Rondetafelgesprekken met kamerleden
Lobbybrieven
De Vereniging PGL lobbyt bij bestuurders en beleidsmakers. Leden van PGL kunnen hun inbreng leveren, hun ervaringskennis inbrengen en zich middels hun logo profileren.
Consultaties en klankbordgroepen
Geregeld participeren de leden van PGL in diverse consultatierondes, onder meer georganiseerd door VROM, b.v. op het gebied van nanotechnologie.
Deelname aan netwerken en koepels waar wij of onze leden ingangen hebben
Daarbij onder andere de Nederlandse Public Health Federatie, die zich richt op het beleid van VWS, de Health and Environment Alliance in Brussel, die zich richt op de EU.

Web enquêtes
De Vereniging PGL kan tegen geringe vergoeding uw vragenlijst omzetten in een webenquête. De resultaten daarvan kunt u krijgen in diverse formats, inclusief grafieken van de resultaten. Deze dienst is alleen voor lidorganisaties.

Symposia en netwerkbijeenkomsten
De vereniging en haar leden houden regelmatig symposia en netwerkbijeenkomsten, die voor u interessant kunnen zijn. Mits tijdig aangemeld, zetten wij uw evenementen op de agenda op onze website. Wij kunnen ook helpen bij het organiseren van uw eigen evenementen.

Deskundig advies
Onder onze leden hebben wij personen en organisaties met veel expertise, met name op het gebied van gezondheid, maar ook bijvoorbeeld luchtkwaliteit, bodemverontreiniging en nieuwe risico’s. Bovendien weten wij naar wie wij u zonodig kunnen doorverwijzen. U brengt zelf ook uw eigen expertise mee en daarmee versterkt u de vereniging.

Ondersteuning bij fondsenwerving
Aan lidorganisaties kunnen wij – tegen een geringe vergoeding - ondersteuning bieden bij het schrijven van subsidievoorstellen.

Meer….
Naarmate de vereniging groeit, kunnen we meer diensten gaan bieden. Wij doen dit voor elkaar, want de vereniging PGL is een vrijwilligersorganisatie, die drijft op de bijdragen van haar leden.


Strategienota Partners voor een Gezondleefmilieu 2011-2014
Lees hier het document

 

Klik op de onderstaande links om het laatste nieuws te zien gegroupeerd op datum

Complete dagelijkse database Nederlands

 

Complete dagelijkse database Engels


Soorten lidmaatschap en contributie

De Vereniging PGL kent twee soorten leden:

1. Lidorganisaties
Stichtingen en verenigingen met een doel, dat spoort met de missie van de Vereniging PGL (geen bedrijven, (semi-)overheidsinstellingen of politieke partijen) kunnen zich aanmelden als lidorganisatie tegen een contributie van €75,- per jaar. Dat is meer dan het individuele lidmaatschap, maar daar staan verschillende voordelen tegenover:
• U hebt twee stemmen in de algemene ledenvergadering
• U kunt zelf bepalen, wie er namens uw organisatie neer de ledenvergadering gaat
• U kunt ondersteuning krijgen bij fondsenwerving, bij het houden van webenquêtes, en  bij de organisatie van uw eigen evenementen, uw logo komt op de site en als u dat wenst op publicaties van de Vereniging PGL en de Stichting PGM en op gezamenlijke lobbybrieven
Wij kunnen ons voorstellen, dat de contributiehoogte een belemmering is, vooral voor kleine organisaties zonder veel eigen middelen. Overlegt u in dat geval met het bestuur, er zijn meer manieren om een bijdrage te leveren en wij streven naar maatwerk.


2. Individuele leden
Iedereen, die het doel en de missie van de Vereniging PGL onderschrijft kan lid worden. Als individueel lid hebt u 1 stem in de ledenvergadering. U kunt bij verhindering een ander lid machtigen om u te vertegenwoordigen, maar u kunt niet iemand anders van uw organisatie sturen. De contributie bedraagt €25,- per jaar, voor jongeren tot en met 21 jaar is het lidmaatschap gratis.

Voor de PGL brochure klik hier


Lid worden?

Klik op een van de onderstaande keuzes om u aan te melden:

digitaal versturen of via de post

 

 


 

 
 
PGL Facebook Pages
Facebook Image
Social Widgets
   
 
   
 
   
 
Follow us on Twitter