Artikelen

Wetgeving over gewasbeschermingsmiddelen aangenomen in het EU parlement

Lees hier het document


Landbouw gif in ons voedsel en kanker, UNESCO.

In een kleine Franse bergdorp sterven jaarlijks een groot aantal kinderen aan kanker door vervuild voedsel en het gebruik van chemische bestrijding middelen op het land. Wanneer de burgermeester besluit het eten van de schoolkantine te vervangen door biologische natuur producten wordt dit voor hem het begin van een lange en eenzame strijd.



Bekijk de video



De grootste bedreiging voor het milieu, "de mens".


 



Meer doden door warmer weer?

Temperaturen van meer dan 20 graden zullen in de toekomst steeds vaker gehaald worden en dat is van invloed op onze gezondheid.

De hitte-index van Steadman geeft aan bij welke temperaturen er gevaar op komst is voor onze gezondheid. Hierbij wordt naar zowel de temperatuur als de luchtvochtigheid gekeken. Er is een duidelijk verband: hoe hoger de temperatuur en/of de luchtvochtigheid, hoe groter het gevaar.

Natuurlijk heeft warm weer niet alleen maar nadelen. Het zorgt vaak ook voor veel vertier.

Voor teken zijn de zachtere winters en de hogere minimumtemperaturen gunstig. Teken doen zich vooral voor in bosrijke gebieden en heidevelden.

Ook tijdens de afgelopen zomer, die in de ogen van veel mensen toch wel tegenviel, werd regelmatig een temperatuur van 20 graden bereikt.
Bron: KNMI.

Meer doden door warmer weer?

28.09.08 11:40
De opwarming van de aarde zal de komende jaren de Nederlandse volksgezondheid nadelig beïnvloeden. Dat is gebleken uit een onderzoek van een aantal onderzoekers van het Erasmus Medisch Centrum, de Universiteit van Maastricht, het RIVM en het Planbureau voor de leefomgeving. Maar wat zijn nou precies de gevolgen van klimaatsverandering voor de volksgezondheid?

Na aanleiding van het onderzoek hebben de wetenschappers van deze instellingen een rapport opgesteld. Uit het persbericht, waarin in het kort de conclusies worden beschreven, blijkt er toch wel een verontrustend verband te zijn tussen opwarming van de aarde en de volksgezondheid in Nederland. Volgens de onderzoekers zullen namelijk jaarlijks meer mensen overlijden door hittestress. Verder zal de ziekte van Lyme toenemen door een groeiend aantal tekenbeten. Er zullen meer voedselvergiftigingen komen. Allergische klachten zullen toenemen, zowel in aantal als in heftigheid.

Hittestress ontstaat bij hoge temperaturen. Vaak worden alleen mensen met verminderde lichamelijke conditie hierdoor getroffen. Hierbij moet men niet alleen denken aan ouderen, maar ook aan mensen met hart-, vaat- en longziekten. Volgens de onderzoekers gaat het in ieder geval over honderden extra sterfgevallen en duizenden extra ziektegevallen per jaar.

De vraag is echter of dit ook gebeurt als een hittegolf zich meerdere keren achtereen voordoet. Is het immers niet zo dat de meest zwakke personen bij de eerste personen al (dodelijk) getroffen worden, waardoor een sterftecijfer bij een tweede hittegolf veel lager zal zijn? Vooralsnog is dit wetenschappelijk niet bewezen, maar wel aannemelijk.

De hogere temperaturen resulteren erin dat het aantal teken toenemen, waardoor meer mensen gebeten zullen worden en daardoor de ziekte van Lyme kunnen krijgen. Vooral de hogere nacht- en wintertemperaturen zijn de veroorzaker. Teken kunnen onder deze omstandigheden beter overleven en zich beter vermenigvuldigen.

Bij hoge temperaturen kunnen bacteriën goed leven, waardoor het aantal toeneemt en daarmee het aantal mensen dat getroffen wordt door een voedselvergiftiging. Door de hogere temperaturen wordt de schakel tussen voedselproducent en consument namelijk kwetsbaarder. Er hoeft maar ergens in deze keten een bepaalde bacterie te komen en mensen kunnen ziek worden.

Allergische reacties bijvoorbeeld astma en hooikoorts zullen ook toe kunnen nemen door warmer. Zo wordt bijvoorbeeld het pollenseizoen verlengd, waar zowel mensen met astma als mensen met hooikoorts last van kunnen hebben. Maar voor astmapatiënten spelen niet alleen de pollen een belangrijke rol. De zachtere winters zijn namelijk gunstig voor huisstofmijt. Ook dit beestje kan voor deze mensen erg vervelend zijn.

Al bij temperaturen van 20 graden of meer treedt er volgens de onderzoekers extra sterfte op. Door de opwarming van de aarde zal deze temperatuur in Nederland ook steeds vaker gehaald gaan worden en daarom zullen maatregelen in de toekomst ook nodig zijn. De wetenschappers adviseren om richtlijnen op te stellen voor de bouw van koelere huizen en instellingen. Maar niet alleen de bouw zal rekening moeten houden met warmer weer. Ook mensen die in de zorg werken zullen in de toekomst vaker te maken krijgen met weergerelateerde gezondheidsproblemen.

Bronnen: Erasmus Medisch Centrum, Universiteit van Maastricht, RIVM, Planbureau voor de leefomgeving en Meteo Consult. Met dank aan: Ceciel van Hemel en Johan Mackenbach van het Erasmus Medisch Centrum. Foto's: archief Meteo Consult.



Milieubalans 2008: Europese maatregelen soms onvoldoende voor Nederlandse situatie

vrijdag 12 september 2008,

Nederland kan niet zonder Europees milieubeleid: het is vaak effectiever en goedkoper en zorgt voor een gelijke concurrentiepositie. Maar alleen Europese maatregelen zijn soms onvoldoende om de Nederlandse doelstellingen te bereiken. Dat staat in de jaarlijkse Milieubalans van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) over de toestand en de trends in het milieu in relatie tot het gevoerde beleid en de maatschappelijke ontwikkelingen.

Een voorbeeld: de Nederlandse doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen met dertig procent te verminderen is lastig te bereiken met de Europese doelstelling van twintig procent reductie. Als de voorstellen van de Europese Commissie voor klimaatbeleid worden doorgevoerd, zal er na 2012 één enkel Europees emissieplafond bestaan. De regie over de helft van de broeikasgassen verschuift hiermee van Nederland naar Europa.

Verder blijkt dat de milieunormen voor luchtkwaliteit in drie omgevingen vaak worden overschreden. Het betreft de drukke straten in binnensteden, snelwegen en grote stallen voor intensieve veehouderij. Met Europees en nationaal beleid zal de luchtkwaliteit in de komende jaren verbeteren. Normen voor geluidsoverlast worden vooral langs drukke snelwegen overschreden. Het reduceren van geluidsoverlast valt lastiger te realiseren, aangezien voor de invoering van bronmaatregelen, zoals stillere auto's, Europese regelgeving nodig is. Nederland treft daarom vooral inrichtingsmaatregelen zoals het plaatsen van geluidsschermen. Die hebben echter alleen plaatselijk effect.

Het blijkt dat de Kaderrichtlijn Water niet tot voldoende verbetering van de ecologische kwaliteit in regionale wateren leidt. In 2027 zal na uitvoering van maatregelenpakketten, zoals een verbeterde waterinrichting, dertig tot vijftig procent van de wateren aan de ecologische doelen voldoen. Daarnaast moet de hoeveelheid meststoffen die in het water terechtkomt afnemen om de richtlijn te halen. De kosten hiervoor zullen hoog zijn.

Lees het uitgebreide rapport Mileubalans 2008.


Resolutie van het Europees Parlement van 4 september 2008 over de tussentijdse evaluatie van het Europees actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010

Het Europees Parlement,

A. overwegende dat het met belangstelling vaststelt dat de Europese Unie haar beleid inzake bescherming van de gezondheid sinds 2003 baseert op een nauwere samenwerking tussen de gezondheids-, milieu- en onderzoekssector, hetgeen hoop geeft dat er op termijn een coherente en geïntegreerde Europese strategie voor een gezond milieu zal worden ingevoerd,

B. overwegende dat de werkzaamheden die de Unie momenteel verricht in het kader van haar eerste Actieplan voor milieu en gezondheid (2004-2010) (COM(2004)0416), te weten de indicatoren voorbereiden, het geïntegreerde toezicht ontwikkelen, relevante gegevens verzamelen en beoordelen en het onderzoek opdrijven, een beter inzicht zullen geven in de interactie tussen de bronnen van de verontreiniging en de gevolgen voor de gezondheid, maar duidelijk niet volstaan voor een terugdringing van het toenemende aantal ziekten die door milieufactoren worden veroorzaakt,

C. overwegende dat het nagenoeg onmogelijk is een tussentijdse balans op te maken van het voornoemde actieplan, aangezien het geen welomlijnde en in cijfers uitgedrukte doelstelling nastreeft en het bovendien moeilijk te bepalen is welk algemeen budget eraan is toegekend en het budget absoluut onvoldoende is voor een efficiënte promotie,

D. overwegende dat het programma Volksgezondheid (2008-2013) met name gericht is op de traditionele gezondheidsbepalende factoren, zijnde voeding, roken, alcohol- en druggebruik, en het huidige actieplan (2004-2010) zich zou moeten concentreren op bepaalde nieuwe gezondheidsuitdagingen, en bepaalde milieufactoren die schadelijk zijn voor de volksgezondheid, zou moeten onderzoeken, zoals de kwaliteit van de buiten- en binnenlucht, elektromagnetische golven, nanodeeltjes en zeer zorgwekkende chemische stoffen (stoffen die als kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting zijn ingedeeld (CMR's), hormoonontregelaars), alsook op de gezondheidsrisico's door de klimaatverandering,

E. overwegende dat ademhalingsziekten in de Unie de tweede plaats innemen wat betreft doodsoorzaak, frequentie, prevalentie en kosten, dat ze de belangrijkste doodsoorzaak zijn bij kinderen van jonger dan 5 jaar en dat ze zich blijven ontwikkelen, met name door de verontreiniging van de buiten- en binnenlucht,

F. overwegende dat luchtvervuiling, en in het bijzonder vervuiling door fijne deeltjes en ozon in de troposfeer, een aanzienlijke bedreiging vormt voor de gezondheid, dat dit schadelijk is voor de ontwikkeling van kinderen en dat dit de levensverwachting in de Unie doet dalen(3) ,

G. overwegende dat, in het kader van stedelijke milieugezondheid en in het bijzonder de kwaliteit van binnenlucht, de Gemeenschap, met inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, meer moet ondernemen om verontreiniging binnenshuis te bestrijden, aangezien de Europese burger gemiddeld 90% van zijn tijd binnenshuis doorbrengt,

H. overwegende dat de ministerconferenties van de WHO in 2004 en 2007 over milieu en gezondheid de nadruk hebben gelegd op het verband tussen de complexe gecombineerde invloed van verontreinigende chemische stoffen en een aantal chronische stoornissen en ziekten, met name bij kinderen; overwegende dat deze bekommernissen ook terug te vinden zijn in de officiële documenten van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) en het Intergouvernementele Forum voor de veiligheid van chemische stoffen (IFCS),

I. overwegende dat wetenschappers steeds beter kunnen aantonen dat blaas-, bot-, long-, huid- en borstkanker en andere vormen van kanker niet alleen worden veroorzaakt door de gevolgen van chemische stoffen, straling en deeltjes in de lucht, maar ook door andere milieufactoren,

J. overwegende dat er naast deze problematische ontwikkelingen op het gebied van milieugezondheid de laatste jaren nieuwe ziekten of ziektesyndromen zijn opgedoken, bijv. het syndroom van de meervoudige chemische overgevoeligheid (MCSS, Multiple Chemical Sensitivity Syndrome ), het syndroom van de tandheelkundige amalgamen, de overgevoeligheid voor elektromagnetische stralen, het ziek-gebouw-syndroom of de aantasting van de aandacht en hyperkinetisch gedrag (ADHD, Attention Deficit and Hyperactivity Disorder ) bij kinderen,

K. overwegende dat het voorzorgsbeginsel sinds 1992 uitdrukkelijk is opgenomen in het Verdrag; dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen herhaaldelijk heeft gepreciseerd dat de inhoud en de draagwijdte van het beginsel in het Gemeenschapsrecht een van de grondslagen is van het beschermingsbeleid dat de Gemeenschap voert op het gebied van milieu en gezondheid(4) ,

L. overwegende dat de criteria die de Commissie in haar mededeling van 2 februari 2000 over het voorzorgsbeginsel (COM(2000)0001) noemt voor de toepassing van het voorzorgsbeginsel, een bijzonder dwingend karakter hebben en zelfs niet haalbaar zijn,

M. overwegende dat het belangrijk is biomonitoring bij de mens toe te passen om de graad van blootstelling van de Europese bevolking aan de gevolgen van verontreiniging te evalueren en gezien de wil, door het Parlement verscheidene malen geuit, in punt 3 van zijn voornoemde resolutie van 23 februari 2005 en opgenomen in de conclusies van de Milieuraad van 20 december 2007, om spoed te zetten achter de invoering van een programma voor biomonitoring op EU-niveau,

N. overwegende dat algemeen erkend is dat de klimaatverandering een belangrijke rol kan spelen in de toename van de ernst en de frequentie van bepaalde ziekten en vooral dat de frequentie van hittegolven, overstromingen en bosbranden, de meest frequente natuurrampen in de Unie, kan leiden tot bijkomende ziekten, slechte hygiënische omstandigheden en sterfgevallen, terwijl tegelijkertijd ook erkend is dat maatregelen om de klimaatverandering in te perken, positieve gevolgen hebben op de gezondheid,

O. overwegende dat de klimaatverandering belangrijke gevolgen zal hebben voor de gezondheid van de mens omdat onder andere bepaalde besmettelijke en parasitaire ziekten zich zullen ontwikkelen bij temperatuur- en vochtigheidsveranderingen en gevolgen zullen hebben voor ecosystemen, dieren, planten, insecten, parasieten, protozoa, microben en virussen,

P. overwegende dat Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid(5) en de dochterrichtlijnen duidelijke bepalingen bevatten over het behoud en het herstel van schoon water,

Q. overwegende dat milieugeneeskunde een nieuwe medische discipline is die is gebaseerd op een nog te sterk gefragmenteerde universitaire opleiding, die verschilt van lidstaat tot lidstaat, en zij daarom moet worden gesteund en bevorderd binnen de Unie,

R. overwegende dat steeds meer mensen lijden onder de gevolgen van milieufactoren en dat een epidemiologische inventaris zou moeten worden opgemaakt om de ziekten in kaart te kunnen brengen die geheel of gedeeltelijk door milieufactoren worden veroorzaakt,

1. erkent de inspanningen die de Commissie heeft gedaan sinds de start van het actieplan in 2004, hoofdzakelijk op het gebied van de verbetering van de informatieketen met betrekking tot milieu en gezondheid, de integratie en uitbreiding van EU-onderzoek naar milieu en gezondheid en de samenwerking met gespecialiseerde internationale organisaties als de WHO;

2. is echter van mening dat een dergelijk actieplan de kiem van een halve mislukking in zich draagt, aangezien het alleen bedoeld is ter begeleiding van de bestaande communautaire beleidsvoering, het niet berust op een preventiebeleid ter vermindering van ziekten die worden veroorzaakt door milieufactoren en het geen welomlijnde en in cijfers uitgedrukte doelstelling nastreeft;

3. vestigt de aandacht van de Commissie op het feit dat onder auspiciën van de WHO al een programma werd uitgevoerd waarbij de lidstaten van de WHO hun eigen nationale en plaatselijke milieugezondheidsactieplannen hebben opgesteld met specifieke doelstellingen en uitvoeringsplannen; beveelt derhalve de Commissie aan om dit WHO-programma opnieuw te bekijken als een mogelijk model dat de Unie in de toekomst ook als nuttig voorbeeld kan nemen;

4. betreurt ten zeerste dat de Commissie, en meer bepaald haar directoraat-generaal Onderzoek, niet heeft gezorgd voor een adequate financiering voor biomonitoring bij de mens voor het jaar 2008, ten einde een coherente benadering van biomonitoring in de Unie in te voeren, zoals ze beloofd had aan de lidstaten en het Parlement;

5. verzoekt de Commissie tevens tegen 2010 te voldoen aan twee essentiële doelstellingen die ze zichzelf gesteld heeft in 2004 en een uitvoerbare communicatiestrategie op te stellen en toe te passen voor deze doelstellingen, zijnde enerzijds het sensibiliseren van de burgers voor milieuvervuiling en de gevolgen ervan voor hun gezondheid en anderzijds het evalueren en aanpassen van het Europese beleid inzake risicovermindering;

6. beveelt de Commissie en de lidstaten sterk aan hun verplichtingen inzake de toepassing van de communautaire wetgeving na te komen;

7. benadrukt dat bij de evaluatie van de gevolgen van milieufactoren voor de gezondheid eerst en vooral rekening moet worden uitgegaan van kwetsbare groepen zoals zwangere vrouwen, pasgeboren baby's, kinderen en bejaarden;

8. roept op om in het bijzonder rekening te houden met kwetsbare groepen die het gevoeligst zijn voor verontreinigende stoffen door, dankzij de goedkeuring van gezonde praktijken inzake binnenluchtkwaliteitsbeheer, maatregelen in te voeren die de blootstelling aan verontreinigende stoffen in binnenmilieus in de gezondheidssector en in het onderwijs beperken;

9. dringt er bij de Commissie op aan om bij de herziening van de huidige wetgeving, deze wetgeving onder invloed van lobby's of regionale of internationale organisaties niet te verzwakken;

10. wijst er andermaal op dat de Unie steeds voor een dynamische en flexibele benadering van het actieplan moet kiezen; acht het daarom belangrijk dat zij zich specifieke deskundigheid op het gebied van milieugezondheid eigen maakt die berust op een transparante en multidisciplinaire aanpak met hoor en wederhoor en aldus een antwoord biedt op het wantrouwen van het publiek in het algemeen ten opzichte van agentschappen en officiële comités van deskundigen; wijst op het belang van een betere opleiding van gezondheidsdeskundigen met name door middel van een uitwisseling van beste praktijken op communautair niveau;

11. benadrukt dat er de laatste jaren werkelijk vooruitgang is geboekt op het gebied van het milieubeleid, bijvoorbeeld wat betreft de vermindering van de luchtverontreiniging, de verbetering van de waterkwaliteit, het beleid inzake afvalinzameling en -recycling, de controle van chemische stoffen en het verbod op loodhoudende benzine, maar stelt tegelijkertijd vast dat het Europese beleid gekenmerkt blijft door het gebrek aan een algemene en preventieve strategie en het achterwege blijven van de toepassing van het voorzorgsbeginsel;

12. verzoekt de Commissie derhalve de criteria die zijn opgenomen in haar voornoemde mededeling over het voorzorgsbeginsel, te herzien in het licht van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, zodat het beginsel van actie en veiligheid, gebaseerd op de goedkeuring van voorlopige en evenredige maatregelen, centraal komt te staan in het communautaire beleid inzake gezondheid en milieu;

13. is van mening dat de omkering van de bewijslast, waarbij de producent of importeur moet bewijzen dat het product onschadelijk is, de bevordering van een op preventie gebaseerd beleid mogelijk zou maken, zoals overigens ook bepaald in Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen(6) , en moedigt de Commissie in dit opzicht aan deze verplichting uit te breiden tot de Gemeenschapswetgeving voor alle producten; is van mening dat een toename van dierproeven in het kader van het actieplan moet worden voorkomen en dat veel aandacht moet worden besteed aan de ontwikkeling en de toepassing van alternatieve methodes;

14. herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om zo snel mogelijk concrete maatregelen over de binnenluchtkwaliteit voor te stellen voor een betere bescherming van de veiligheid en gezondheid van binnenmilieus, vooral bij het herzien van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake voor de bouw bestemde producten(7) , en om maatregelen voor te stellen om de energie-efficiëntie van gebouwen, alsmede de veiligheid en onschadelijkheid van chemische elementen die worden gebruikt bij de constructie van uitrusting en meubilair, te verhogen;

15. adviseert de Commissie, teneinde de schadelijke gevolgen van het milieu voor de gezondheid te verminderen, de lidstaten op te roepen om de marktspelers via belastingvoordelen en/of andere economische stimuleringsmaatregelen ertoe aan te zetten in hun gebouwen, vestigingen en kantoren de kwaliteit van de binnenlucht te verbeteren en de blootstelling aan elektromagnetische straling te beperken;

16. adviseert de Commissie gepaste minimumeisen in te voeren om de kwaliteit van binnenlucht in nieuwbouw te garanderen;

17. adviseert de Commissie om bij de toekenning van individuele Europese steun bij de betreffende projecten, naast de aandacht voor milieubeschermingscriteria, ook te letten op de kwaliteit van de binnenlucht, de blootstelling aan elektromagnetische straling en de gezondheid van bepaalde kwetsbare groepen;

18. dringt aan op het uitwerken van milieukwaliteitsnormen voor prioritaire stoffen in water overeenkomstig de laatste wetenschappelijke bevindingen en deze normen regelmatig aan te passen aan nieuwe wetenschappelijke kennis;

19. wijst erop dat bepaalde lidstaten met succes mobiele analyselaboratoria of "milieuambulances" hebben ingevoerd, om snel en betrouwbaar een diagnose te maken van de verontreiniging van het binnenmilieu in openbare en privé-gebouwen; is van mening dat de Commissie deze praktijk zou kunnen bevorderen bij de lidstaten die nog niet beschikken over dit middel om direct in te grijpen op de verontreinigde site;

20. drukt zijn bezorgdheid uit over de gebrekkige specifieke wettelijke bepalingen inzake de veiligheid van verbruiksgoederen die nanodeeltjes bevatten en over de passieve houding van de Commissie, die de regelgevingen voor het gebruik van nanodeeltjes in verbruiksgoederen zou moeten herzien, aangezien verbruiksgoederen met nanodeeltjes in steeds grotere hoeveelheden op de markt worden gebracht;

21. is diep onder de indruk van het internationale rapport Bio-Initiative(8) over elektromagnetische velden, dat een synthese is van meer dan 1 500 studies ter zake en waarin in de conclusies gewezen wordt op de gezondheidsgevaren van de stralingen van mobiele telefonie, zoals gsm's, UMTS-Wifi-Wimax-Bluetooth en draagbare telefoons met een vast basisstation (DECT-telefoons);

22. stelt vast dat de limieten voor blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden verouderd zijn, aangezien ze niet meer aangepast zijn sinds Aanbeveling 1999/519/EG van de Raad van 12 juli 1999 betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz tot 300 GHz(9) , dat in deze limieten uiteraard geen rekening is gehouden met de ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologieën noch met de aanbevelingen van het Europees Milieuagentschap of de strengere emissienormen die bijvoorbeeld in België, Italië en Oostenrijk zijn opgelegd, en dat er niets is ondernomen voor kwetsbare groepen zoals zwangere vrouwen, pasgeboren baby's en kinderen;

23. verzoekt de Raad bijgevolg zijn Aanbeveling 1999/519/EG te wijzigen om rekening te houden met de beste werkmethoden van de lidstaten en aldus de strengste blootstellingsnormen vast te leggen voor alle apparaten die elektromagnetsiche golven uitzenden in het frequentiebereik 0,1 MHz - 300 GHz;

24. neemt de meervoudige gezondheidsbedreigingen die gepaard gaan met de opwarming van het klimaat op het grondgebied van de Unie zeer ernstig op en roept op tot een versterkte samenwerking tussen de WHO, de nationale controle-instanties, de Commissie en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding teneinde het systeem voor vroegtijdige waarschuwing te versterken en zo de negatieve gevolgen van de klimaatverandering voor de gezondheid te beperken;

25. benadrukt dat het een goede zaak zou zijn om dit actieplan te verruimen tot de schadelijke gevolgen van de klimaatverandering voor de volksgezondheid door de nodige doeltreffende aanpassingsmaatregelen op communautair niveau uit te werken. Deze maatregelen kunnen bestaan uit:

 

systematische voorlichting van de bevolking en bewustwordingsprogramma's;
de integratie van aanpassingsmaatregelen inzake klimaatverandering in volksgezondheidsstrategieën en -programma's op het gebied van bijvoorbeeld besmettelijke en niet-besmettelijke ziekten, gezondheid op het werk en dierziektes die schadelijk zijn voor de volksgezondheid;
goede controle waardoor de uitbraak van een ziekte vroegtijdig kan worden onderkend;
alarm- en reactiesystemen op het gebied van gezondheid;
coördinatie tussen bestaande milieucontrolenetwerken en netwerken voor uitbraak van ziekten;

26. verzoekt de lidstaten en de Commissie adequaat te reageren op de nieuwe bedreigingen ten gevolg van de klimaatverandering, zoals het toenemende aantal nieuwe virussen en niet-ontdekte ziekteverwekkers, en in dat verband gebruik te maken van nieuwe, reeds bestaande technologieën voor het reduceren van ziekteverwekkers, die bekende en niet-ontdekte virussen en andere via het bloed overgedragen ziekteverwekkers reduceren;

27. betreurt dat bij de laatste kosten-batenanalyse "Naar 20-20 in 2020 – Kansen van klimaatverandering voor Europa" (COM(2008)0030) enkel rekening werd gehouden met de voordelen voor de gezondheid van minder luchtvervuiling bij 20% minder uitstoot van broeikasgassen tegen 2020; verzoekt de Commissie om in het kader van een effectbeoordeling snel de (secondaire) bijkomende voordelen voor de gezondheid te onderzoeken die voortvloeien uit de uiteenlopende streefcijfers, overeenkomstig de aanbevelingen van het internationale panel voor klimaatverandering om tegen 2020 de uitstoot van binnenlandse broeikasgassen te verlagen met 25% tot 40%, en indien mogelijk tot 50% of meer;

28. verzoekt de Commissie om aandacht te besteden aan het ernstige probleem van geestelijke gezondheid aangezien het aantal zelfdodingen in de Unie hoog is, en om meer middelen ter beschikking te stellen voor de ontwikkeling van goede preventiestrategieën en -therapieën;

29. herhaalt dat de Commissie en de lidstaten het actieplan voor Europa "Kind, milieu en gezondheid" van de WHO moeten helpen promoten middels een communautair en bilateraal ontwikkelingsbeleid en moeten helpen gelijksoortige processen buiten de Europese regio van de WHO te stimuleren;

30. verzoekt de Commissie om in haar tweede actieplan opnieuw het SCALE-initiatief op te nemen (Science, Children, Awareness, Legal instrument, Evalutation) inzake de vermindering van de blootstelling aan verontreinigende stoffen, dat deel uitmaakt van de Europese strategie voor milieu en gezondheid (COM(2003)0338);

31. dringt er bij de Commissie op aan instrumenten te ontwikkelen en aan te reiken om het uitwerken en bevorderen van innoverende oplossingen aan te moedigen, zoals werd benadrukt in de agenda van Lissabon, met als doel belangrijke gezondheidsrisico's die worden veroorzaakt door belastende milieufactoren te beperken;

32. dringt er bij de Raad op aan onverwijld tot een besluit te komen inzake het voorstel voor een verordening tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Unie, aangezien het Parlement reeds op 18 mei 2006 zijn standpunt heeft vastgesteld(10) ; is van oordeel dat de nieuwe verordening die samen met andere maatregelen de drempels zal verlagen voor de inwerkingtreding van het Solidariteitsfonds van de Unie, het mogelijk zal maken om de schade ten gevolge van natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen doeltreffender, flexibeler en sneller te verhelpen; onderstreept dat een dergelijk financieel instrument zeer belangrijk is, met name omdat wordt aangenomen dat natuurrampen zich in de toekomst vaker zullen voordoen, ook ten gevolge van de klimaatverandering;

33. adviseert de Commissie om de kleine en middelgrote ondernemingen, die in Europa een belangrijke economische rol spelen, technische ondersteuning te bieden zodat zij, met deze hulp, kunnen voldoen aan de eisen in de verordeningen inzake milieugezondheid en zodat zij gestimuleerd worden om andere maatregelen te nemen die de gezondheid van het milieu bevorderen en die de werking van het bedrijf beïnvloeden;

34. beveelt de Commissie aan om voor 2010 en met het oog op de "tweede cyclus" van het actieplan voor milieu en gezondheid de maatregelen te richten op de kwetsbare bevolkingsgroepen en nieuwe risicobeoordelingsmethoden uit te werken rekening houdend met het fundamentele belang van de bijzondere kwetsbaarheid van kinderen, zwangere vrouwen en bejaarden;

35. dringt er bijgevolg bij de Commissie en de lidstaten op aan de voordelen te erkennen van preventie- en voorzorgsbeginselen, en hulpmiddelen te ontwikkelen en in te voeren waarmee mogelijke risico's voor de gezondheid en het milieu kunnen worden opgespoord en voorkomen; adviseert de Commissie de "tweede cyclus" van dit actieplan te begroten en te zorgen voor de financiering waarin rekening wordt gehouden met een hoger aantal concrete maatregelen om de milieugevolgen voor de gezondheid te verminderen en preventie- en voorzorgsbeginselen in te voeren;

36. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de WHO.

 

(1) PB C 304 E van 1.12.2005, blz. 264.
(2) PB L 301 van 20.11.2007, blz. 3.
(3) Rapport getiteld "Het milieu in Europa, de vierde evaluatie. Samenvatting". Europees Milieuagentschap (10.10.2007).
(4) Arrest van 23 september 2003 in de zaak C-192/01, Commissie tegen Denemarken, Jurispr. 2003, blz. I- 9693; arrest van 7 september 2004 in de zaak C-127/02, Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee en Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels, Jurispr. 2004, blz. I-7405.
(5) PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1.
(6) PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1. Rectificatie in PB L 136 van 29.5.2007, blz. 3.
(7) PB L 40 van 11.2.1989, blz. 12.
(8) Een groep onafhankelijke wetenschappers heeft dit rapport gepubliceerd op 31 augustus 2007. Het kan worden geraadpleegd op: www.bioinitiative.org.
(9) PB L 199 van 30.7.1999, blz. 59.
(10) PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 331.


Beleid Nederland

In 1994 werd op de WHO-conferentie in Helsinki afgesproken dat ieder Europees land een NEHAP (National Environmental and Health Action Plan) zou maken.
Nederland kwam deze afspraak in 2002 na door het opstellen van het "Actieprogramma Gezondheid en Milieu". Dit actieprogramma is opgesteld door de ministeries van VROM, en VWS. Het programma bevat 36 acties, die inmiddels geclusterd zijn en gefaseerd worden uitgevoerd, met een looptijd van vijf jaar. Medio 2006 loopt het programma af.

In de eerste voortgangsreportage worden de volgende vier hoofdthema’s onderscheiden:

  • het binnenmilieu in gebouwen;
  • de lokale leefomgeving;
  • risicocommunicatie;
  • algemene verbeteringen gericht op de signalering en beoordeling van risico’s en de verankering en samenhang van beleid.

Volgens VROM en VWS zijn dit de terreinen waarop relatief de meeste gezondheidswinst behaald kan worden of onderwerpen die tot nu toe onvoldoende aandacht hebben gekregen. Het actieprogramma vormt een aanvulling op het reeds bestaande beleid van VROM en VWS en is dus geen zelfstandig opgesteld programma.
Het Platform heeft soms een andere visie dan de overheid en tracht met voorstellen het beleid te beïnvloeden.

Beleid Europese Unie

SCALE, het Europese actieplan voor gezondheid en milieu, is op 11 juni 2003 van start gegaan. Dit project heeft tot doel het aantal milieugerelateerde ziektes in Europa terug te brengen.
Volgens Philippe Busquin, Eurocommissaris voor Onderzoek, gaat het hierbij om 25-33% van alle ziektes in geïndustrialiseerde landen. Per jaar sterven bijvoorbeeld 60.000 mensen in grote Europese steden aan de gevolgen van blootstelling aan luchtvervuiling en worden circa 10 miljoen mensen blootgesteld aan omgevingsgeluiden die doofheid kunnen veroorzaken. Met name kinderen zijn gevoelig voor ziektes die gerelateerd zijn aan het milieu. Het aantal kinderen met astma is sterk toegenomen: op dit moment lijdt één op de zeven kinderen aan deze ziekte.

SCALE besteedt, in navolging van de WHO, extra aandacht aan kinderen, zoals tevens blijkt uit de naam van het project:

S – Science.
Er zal onderzoek gedaan worden naar de, vaak gecompliceerde, relatie tussen milieu en gezondheid.

C – Children.
De 157 miljoen kinderen in Europa vormen de belangrijkste doelgroep van dit project.

A – Awareness.
Scale wil burgers bewust maken van de problematiek en beleidsmakers en bedrijven stimuleren meer informatie te geven.

L – Legislation.
De wetgeving in de EU zal nationale en internationale initiatieven aanvullen en de belangen van kinderen in het oog houden.

E – Evaluation.
Alle acties zullen voortdurend geëvalueerd worden om de effectiviteit te toetsen.


Het SCALE initiatief is een lange termijn project dat uit verschillende fases is opgebouwd. In de eerste fase, die loopt van 2004 tot 2010, krijgen de volgende vier onderwerpen prioriteit krijgen:

  • Respiratoire aandoeningen, astma en allergieën bij kinderen
  • Neurologische stoornissen (waaronder ADHD en autisme)
  • Kanker bij kinderen
  • Gevolgen van endocriene stoornissen

Het gedetailleerde actieplan voor de periode 2004-2010 is op 9 juni 2004 gepresenteerd, voorafgaand aan de WHO conferentie in Budapest.
Over de implementatie van dit actieplan is op 2 en 3 december 2004 door de ministeries van VWS en VROM in samenwerking met de Europese commissie een internationale conferentie georganiseerd in Egmond.

Beleid World Health Organization

De Europese afdeling van de World Health Organization (WHO) organiseert om de vijf jaar een ministeriële conferentie over gezondheid en milieu, waaraan ministers en organisaties uit 52 landen deelnemen. Tot op heden zijn er vier ministeriële conferenties gehouden, in Frankfurt (1989), in Helsinki (1994), in Londen (1999) en in Budapest (2004).

De ministeriële conferenties leiden tot plannen en richtlijnen die vervolgens worden uitgewerkt door elk land dat op de conferentie vertegenwoordigd is. Zo werd in 1994 in Helsinki de afspraak gemaakt dat ieder land een National Environmental and Health Action Plan (NEHAP) zou opstellen en uitvoeren.

Het thema van de vierde WHO-conferentie (Budapest, 23-25 juni 2004) was "The future for our children". De verschillende ministers van gezondheid en milieu hebben hier afspraken gemaakt die een veiliger omgeving voor kinderen in Europa moeten bewerkstelligen. Tevens is het Children’s Environmental and Health Action Plan for Europe (CEHAPE) aangenomen.

Voor de visie en aanbevelingen van Maatschappelijke organisaties inzake de uitkomsten en implementatie van de Budapest conferentie zie de websites van EEN, WECF, en Meldpunten Netwerk MNGM